Fonkeling

Dit gedicht gaat over hoop.

Daar waar het goede
verblijft
en het kwade
in het verborgene
leeft
kan de natuur
zijn gang gaan.


De maan, wakend,
de zon
schijnend overdag,
het water dat stroomt
door de rivieren.


Ergens is immer een kind dat droomt
van iets,
dat in de toekomst ligt,
dat verandering teweegbrengt
in een nieuw tijdsgewricht.


Een onzeker kind,
niet beseffende waar de aarde
zich op dat moment in bevindt.


In de nacht
staat het op,
stilletjes,
luisterend,
achter de gordijnen,
naar een verborgen stem,
nerveus ritselend aan haar japon.


Met een open blik
al fantaserend
over dat wat voor haar ligt.


Haar droom zit van binnen,
ze moet nog aan het leven
beginnen.
In een nieuwe stroom
met de kinderen
van haar tijd,
die van het oude worden bevrijd.


Het kind kijkt naar de maan,
ze voelt een diep vertrouwen,
ze is niet alleen.


Een fonkeling treft haar geest.
Ze gaat slapen,
staat in de morgen op,
in de chaos van alledag,
glimlacht naar haar moeder
en vertelt niet
dat ze in de nacht op is geweest.

© Debby Hertsenberg